Staalmat
Vloerverwarming gebonden aan staalmatten onder een dekvloer.
Bij een draagvloer van beton waar nog geen dekvloer aanwezig is, worden de vloerverwarmingsleidingen gebonden aan staalmatten.
De dekvloer bestaat meestal uit een laag van 5 à 7 cm zandcement of anhydriet. De massa van de vloer fungeert als een warmtebatterij — in tegenstelling tot ingefreeste verwarming duurt het langer voordat de warmte wordt afgegeven, maar ook langer voordat het afkoelt. Dit is gunstig omdat de verwarmingsbron veel minder aan en uit pendelt.
Bij minder dan 5 cm ruimte voor de dekvloer worden enkel staalmatten toegepast en hecht de zandcement direct aan de constructievloer. Is er meer ruimte, dan kan de dekvloer zwevend worden gelegd. Randisolatie beperkt daarbij de geluidsoverdracht naar muren, en de reflectiefolie zorgt voor een uniforme spreiding van de warmte.
De reflectiefolie heeft een bedenkelijke naam gekregen — er is namelijk lucht nodig tussen het verwarmingselement en de folie om enig reflectievermogen te bewerkstelligen. Om warmteverlies naar beneden te voorkomen is isolatie van onder nodig. Streef naar een vloerisolatie van minimaal R=3,5 of hoger. Is de draagvloer niet van onderen te isoleren? Dan bieden tacker- of noppenplaten een oplossing tussen de draagvloer en deklaag.
Nadat de installatie is afgerond kan een derde partij de zandcement of anhydriet storten. De vloerverwarming mag daarna helaas niet direct aan — per centimeter deklaag geldt een droogtijd van een week. Dus 6 cm deklaag betekent 6 weken wachten.